PHINE KITS VAN HEIJNINGEN, haar moeder en zus
Slachtoffers van het bombardement op de Euterpestraat in Amsterdam d.d. 26 november 1944

Jeugd in Nederlands-Indië
Adolphine Marie Louise Kits van Heijningen, roepnaam Phine, was op 17 februari 1918 geboren in Valburg. Ze had twee zusjes, Jeanne en Johanna (roepnaam Hannie), en broer Arent.
Phine’s vader Arent Kits van Heijningen was psychiater. Hij trouwde op 10 april 1915 in Leiden met Jonkvrouwe Adrienne Jacqueline Boreel de Mauregnault. Na zijn afstuderen vertrok hij met haar naar Java, het eiland waar hij geboren was. Hij werd er gezondheidsofficier.

Zij woonden er vele jaren. Zo nu en dan verruilden zij de tropen voor een paar maanden Nederland, bijvoorbeeld als er een baby op komst was.
Hun vier kinderen groeiden het grootste deel van hun jeugd op in Nederlands-Indië. Phine ging in Batavia naar het gymnasium, Ook Hella Haasse zat op deze middelbare school.

Medio juli 1938 verhuisde het gezin Kits van Heijningen voorgoed naar Amsterdam. Phine en Hella zaten op hetzelfde schip en kwamen elkaar kort na aankomst in Nederland weer tegen. Beide dames schreven zich in bij de Universiteit van Amsterdam en werden lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studenten Vereniging (AVSV).
Phine ging Biologie studeren en sloot zich in 1939 aan bij het AVSV-dispuut GEMMA. (Meer over dit dispuut is elders op mijn website te vinden.)
GEMMA was in dat jaar opgericht door Hannie Schaft en een paar andere studenten. In archiefstukken is te lezen dat zij door de bestaande disputen ‘te saai’ werden bevonden. Daarop besloten de dames een eigen dispuut op te richten.
Phine was van 1942 tot 1943 quaestrix.

In het fotoalbum van GEMMA had ik gelezen dat Phine op 26 november 1944 was gedood bij het bombardement op de Euterpestraat in Amsterdam (na de oorlog omgedoopt tot de Gerrit van der Veenstraat).
Niet eerder had ik van dit bombardement gehoord.

Op het verkeerde moment op de verkeerde plek
Het heeft maanden geduurd voordat ik ontdekte wat er precies met Phine was gebeurd.
Aanvankelijk dacht ik dat het ouderlijk huis van dispuutgenoot Sonja Frenk in de Euterpestraat 22 misschien een dispuutshuis was, en dat Phine daar was omgekomen.
(Mede door de beperkende maatregelen die de joodse Sonja werden opgelegd, ging Hannie in het verzet. Sonja zat een tijdje ondergedoken bij de ouders van Hannie in Haarlem. Zij overleefde de oorlog niet. Op 23 november 1943 werd zij vermoord in concentratiekamp Auschwitz.)


Toen ik een keer in de buurt was van wat nu de Gerrit van der Veenstraat heet, ben ik dat huis gaan opzoeken. Maar het was duidelijk dat dat geen bomschade had opgelopen. De bewoonster die mij binnenliet beaamde dat.
Rouwadvertentie

Min of meer bij toeval vond ik in Delpher, het fantastische digitale archief van de Koninklijke Bibliotheek, tot mijn verbijstering de overlijdensadvertentie van Phine’s moeder. Jonkvrouwe Adrienne Jacqueline Marie Boreel de Mauregnault.
Maar niet alleen haar naam, ook die haar dochters Phine en Hannie stonden daarbij.
‘Ons ontvallen bij een noodlottig ongeval op 26 november 1944’.
De datum van dat ‘ongeval’ was exact de datum van het bombardement in de Euterpestraat.
Op zondag 26 november 1944 werd het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in die straat door de R.A.F. gebombardeerd. Het was eigenlijk de bedoeling geweest deze aanval een week eerder, op 19 november, uit te voeren. Maar het zicht was die dag te slecht, de vliegtuigen keerden onverrichter zake terug.

De meeste bommen die door Typhoon jachtbommenwerpers werden uitgeworpen, misten doel. Het SD kantoor raakte alleen nogal beschadigd. Het ‘friendly fire’ echter liet een diep spoor achter van ravage, burgerslachtoffers en alle ellende van dien.
Onder de slachtoffers bevonden zich slechts vier SD-ers, en naar schatting 54 tot 65 onschuldige burgers. Eigenlijk een zinloze actie, die vanwege de bedenkelijk rol van Prins Bernhard lang onder de pet is gehouden.
In omliggende straten werden zeker dertig woonhuizen zwaar beschadigd, en sommigen zelfs met de grond gelijk gemaakt. Maar niet in de Michelangelostraat waar Phine met haar moeder en zussen woonden, op nummer 105-I.

Rode Kruis-lijst
De rouwadvertentie was pas ongeveer een maand na deze ramp in de krant geplaatst.
Ik had al vernomen dat een aantal slachtoffers niet tot nauwelijks was te identificeren.
Bij het Nationaal Archief vroeg ik de namenlijst met de slachtoffers op, die destijds door het Rode Kruis was opgesteld. Alleen Hannie’s naam stond daarbij, J. Kits van Heijningen.
Verder 5 onbekende lijken, nummers 18-22, en vier onbekende vrouwenlijken, de nummers 36 tot 39.

Uit de advertentie maakte ik bovendien op dat Phine hoogstwaarschijnlijk verloofd was geweest met D.A. Hooijer. Hij had ongeveer haar leeftijd en had in Delft geologie gestudeerd (Hooijer werd een bekende wetenschapper). Pas later kwam ik er, via Erik Schaap, achter dat Phine en Dirk Albert Hooijer zich inderdaad in april 1944 verloofd hadden.
Wat ook opviel in de rouwadvertentie was de vermelding: ‘Duitsland, dr. A. Kits van Heijningen.’
Het lot van de vader van Phine
Via een oproep op Facebook kwam ik in contact met familieleden van hem in Nederland en in Amerika.
Over wat er precies gebeurd was op die 26ste november werd na de oorlog niet door Phine’s zus Jeanne, en haar broer Arent niet gesproken. Zij waren de enige overlevenden van het gezin.
Slechts één keer heeft zoon Arent, hij woonde toen al langere tijd in Amerika, in een radio-interview iets gezegd over de verschrikkingen. Zijn kinderen zijn daar pas veel later achter gekomen. Zelfs dat had hij ze niet verteld.

Fragment uit het interview:
‘Hun vader was in 1943 verraden door een Joodse patiënte.
De Nazi’s hadden haar dochter opgepakt en beloofde deze vrouw dat zij haar dochter zouden vrijlaten als zij zou vertellen wie joden hielp te ontsnappen. Zij vertelde over haar psychiater, Arent Kits van Heijningen. Hij zou aan de wieg hebben gestaan van het ondergrondse netwerk dat joden hielp te ontsnappen naar Spanje.
Arent werd opgepakt en naar concentratiekamp Bergen Belsen gedeporteerd. De vrouw, die hem in wanhoop had verraden, zou alsnog met haar dochter gedeporteerd en vermoord zijn.
In Bergen Belsen heeft Arent moeten vernemen dat zijn vrouw en twee dochters waren omgekomen. Ze waren in de buurt, op bezoek bij vrienden. Dat huis werd geraakt en vloog in brand. ‘
Aldus de verklaring van de broer van Phine, vele jaren later. Met name rond het verraad van vader Arend was de werkelijke toedracht geheel anders.
Bevindingen van historicus Erik Schaap
In mei 2025 kwam ik in contact met Erik Schaap.
Hij verdiept zich met veel overgave, gedrevenheid en zorgvuldigheid in de geschiedenis van de Zaanstreek in de Tweede Wereldoorlog.
Hij weet dus uiteraard veel over Hannie Schaft, en wist in mindere mate van dispuut GEMMA. Zo kwam hij mij op het spoor. Erik vroeg of ik van plan was een boek te schrijven over dit bijzondere Amsterdamse vrouwendispuut. In dat geval zou hij daar niet aan beginnen. Die ambitie heb ik niet. Maar ik nodigde hem bij mij thuis uit, en speelde hem alle informatie die ik hier in de loop der jaren over heb verzameld door. Zijn manuscript is net ingeleverd bij een uitgeverij, die heeft aangegeven het te willen uitgeven. Spannend!
Met zijn gedegen onderzoek naar de bijzondere Gemmezen kwam hij met, voor mij veel nieuwe, feiten. En zo mooi dat hij die met mij deelt (en andersom ook). Dat is vaak heel anders!
Terug naar de werkelijke toedracht van de aanhouding van vader Kits van Heijningen.
Arent Kits van Heijningen
Arent was betrokken bij het opzetten van een vluchtroute, via Nederland, België, Frankrijk naar Spanje. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij de joodse Sonja Frenk, dispuutgenoot van zijn dochter, heeft geholpen bij haar vlucht uit Nederland.
Arent bleek zich ook in te zetten voor het bemachtigen van valse persoonsbewijzen, al dan niet verkregen via zijn dochter Jeanne die voor de illegale Persoonsbewijzencentrale werkte. Daardoor kreeg hij contact met de familie Mogendorff.
Deze familie woonde in Gouda, maar vond een veilig adres vlakbij Arent’s woning van waaruit ze met de benodigde documenten naar Zwitserland wilden reizen. Samen met hun huishoudster Margarete (Gré) Dieckhoff. Die bleef echter liever bij kennissen in Reeuwijk, vlakbij Gouda. Arent ontfermde zich over haar en bezorgde haar een andere identiteit: Maria Landsheer.

Driekwart jaar gaat het goed. Maar dan wordt Gré verraden. Tijdens de verhoren noemt ze alle namen en adressen die ze kent: van haar voormalige werkgever, zijn gezin, hun helpers en hun vrienden.
Gré krijgt ondanks haar medewerking geen genade. Ze sterft in Auschwitz.
Arent wordt opgepakt, en via Kamp Vught naar concentratiekamp Bergen Belsen gedeporteerd.
Daar krijgt hij in november 1944 te horen dat zijn vrouw en twee van hun dochters zijn omgekomen bij het bombardement op de Euterpestraat. Ook zijn overgebleven twee kinderen zal hij nooit meer zien.
Op 15 april 1945, elf dagen na de bevrijding van concentratiekamp Bergen Belsen, overleed Arend Kits van Heijningen al alle ontberingen.

Details van de gevolgen van het bombardement in de Euterpestraat
Stukje bij beetje werd mij duidelijk hoe het er die zondag 26 november, en in de nasleep daarvan, aan toe is gegaan. Met dank zeker ook aan Erik Schaap.
De details zijn eigenlijk te gruwelijk voor woorden, ik zal ze zeker niet allemaal prijsgeven. Maar het maakt wel duidelijk waarom Jeanne later nooit meer wilde praten over deze vreselijke gebeurtenis.
Op bezoek bij de familie Dangremond
Die zondagmiddag 26 november maken Adrienne, Phine en Hannie zich rond half 1 op om te gaan lunchen bij de familie Dangremond-Boers. De families kennen elkaar al vele jaren, uit de tijd dat beide gezinnen in Nederlands-Indië woonden. Jeanne en Mia, de dochter van de familie Dangremond, zaten bij elkaar in de klas op het Bataviaas Lyceum. En later in Amsterdam op het Amsterdamsch Lyceum.
Omdat het zondag is hoeft Hannie niet naar school. En Phine is vrij van het Zoölogisch Museum in Artis , waar ze sinds kort als assistente werkt.
Ook de oudere zus van mevrouw Dangremond, die vlakbij woonde, was voor de lunch uitgenodigd.
Aangekomen bij de Euterpestraat 75 zien de dames dat de onderburen Herman en Sijbrigje Kattenburg ook visite hebben. Sijbrigje is die dag vijftig geworden. Haar zus en zwager komen haar verjaardag vieren.
Luchtalarm en toen…
Citaat uit het manuscript van Erik Schaap:
‘Om 13.21 uur begint het luchtalarm te loeien, maar dan zijn de eerste raketten al ingeslagen. Het bombardement zelf neemt niet meer dan tien minuten in beslag. De fosforrook leidt zeven Typhoons met ieder acht raketten naar het beoogde doel. Er volgt een tweede aanvalsgolf. Brisant- en scherfbommen exploderen tussen en in gebouwen. Glas, hout, stenen en stukken inventaris zeilen door de lucht’.


Herman en Sijbrigje Kattenburg rennen met hun visite naar de kelder van het huis.
Het gehate SD-gebouw krijgt een voltreffer. Maar ook diverse andere panden zoals een bejaardenhuis blijven niet gespaard. Evenals de nummers 71 tot en met 75 van de Euterpestraat. Er stond nog slechts één muur van nummer 73 overeind. Van nummer 71 en 75 is helemaal niets meer over.
De brandweer, ambulances en andere hulptroepen rukken uit. Overal breekt brand uit.
Of het echtpaar Kattenburg en hun familieleden door de explosie al direct gedood zijn of dat ze verdronken in het bluswater is nooit duidelijk geworden.

Jeanne kwam die middag rond 14 uur thuis, in de Michelangelostraat. Ze had gehoord van het bombardement. Haar moeder en zusjes zijn niet thuis. Ongerust gaat ze op weg naar de familie Dangremont in de Euterpestraat. Duitse soldaten en politieagenten hebben het gebied afgezet, ze kan er niet door.
Haar familieleden bevinden zich niet onder de eerste geïdentificeerde slachtoffers. In de dagen daarna worden meer lichamen uit het puin gehaald. Steeds vaker zijn die onherkenbaar verminkt en vanaf 1 december gaat het vooral om aangetroffen ‘resten’.
In grote onzekerheid
Jeanne had inmiddels vrijwel alle hoop verloren. Haar broer was onbereikbaar, hij zat in het al bevrijde Eindhoven.
Op 11 december vinden hulpdiensten rond het perceel Euterpestraat 75 verschillende lichaamsdelen die worden toegeschreven aan de familie Kattenburg. Nog twee dagen later worden acht lijken onder het puin vandaan gehaald, zeven vrouwen en een man. En kort daarop worden ter hoogte van nummer 73 en 75 meer menselijke resten aangetroffen.
Ook het echtpaar Klootwijk-van der Roer van nummer 75-2 hoog en het echtpaar Ledeboer-Schepp van 75-3 hoog waren thuis en overleefden dit verwoestende bombardement niet.
De Zuiderkerk fungeert als noodmortuarium, er liggen daar dan al tientallen doden.

Op 15 december vraagt de politie Jeanne om naar de Zuiderkerk te gaan. Daar krijgt ze te horen dat de Dangremonds zijn geïdentificeerd. Jeanne vertelt dat haar moeder en zussen bij hun op bezoek waren. Daarop brengen rechercheurs haar naar het lichaam van een ernstig verbrand meisje. Het is haar zusje Hannie.
Vervolgens laten de mannen haar twee ringen zien, afkomstig van een verminkte vrouwenhand. Jeanne herkent ze als sieraden van haar zus Phine.
Van hun moeder is nooit iets identificeerbaars teruggevonden.
Uit het Stadsarchief Amsterdam:‘Bovendien werden geborgen de stoffelijke resten van 6 vrouwen, die niet konden worden geïdentificeerd, benevens 3 emmers met resten van lijken, waarvan noch het geslacht, noch het aantal kon worden vastgesteld.
De bergingswerkzaamheden werden hiermee beëindigd.

Mede namens haar broer Arent en haar vader, die gevangen zat, plaatste Jeanne de rouwadvertentie. Vanwege de censuur wordt daarin als doodsoorzaak ‘een noodlottig ongeval’ aangegeven.
Plaquette Gerrit van der Veen College
Na de oorlog werd al in 1945 de Euterpestraat omgedoopd in de Gerrit van der Veenstraat. Vernoemd naar de beeldhouwer en verzetsleider Gerrit van der Veen. Het voormalige SD-kantoor werd na de verwoesting opgeknapt en na de bevrijding weer als middelbare school in gebruik genomen, het Gerrit van der Veen College.
Aan de gevel van deze school is op 26 november 1994 een herdenkingsplaquette aangebracht ter nagedachtenis aan alle onschuldige slachtoffers, waaronder de drie vrouwen Kits van Heijningen, die bij het bombardement in die straat zijn omgekomen.
De geallieerden hadden Prins Bernhard zo gewaarschuwd het SD-hoofdkantoor niet te bombarderen omdat de kans dat er burgerslachtoffers bij zouden vallen te groot was. Maar de Prins zette toch door…
Met alle vreselijke gevolgen van dien.
